Hieronder worden enkele veelgebruikte begrippen uitgelegd.

Het ABC van ISOBUILD GREENLINE

- B -

  • BAMB: een Europees project dat gebouwen ziet als een “materiaalbank”. Het idee is dat materialen later gemakkelijk opnieuw gebruikt kunnen worden. Zo wordt afval verminderd en wordt circulair bouwen gestimuleerd.
     
  • Bio-based materialen: ze slaan CO₂ op tijdens hun groei en dragen zo actief bij aan een lagere ecologische voetafdruk.
     
  • BREEAM: duurzaamheidscertificaat voor gebouwen dat kijkt naar energie, materiaalgebruik, gezondheid en meer. Gebouwen krijgen een score zoals Good, Very Good, Excellent.

- C -

  • Charter Biocirculair Bouwen: een engagement waarbij organisaties beloven om meer biogebaseerde en circulaire materialen te gebruiken in de bouw. Het stimuleert duurzamere ontwerp- en bouwmethodes. Bedrijven en overheden kunnen het charter ondertekenen, zoals ook ISOBUILD-GROUP.
     
  • Circulair: deze materialen zijn ontworpen voor hergebruik of recyclage. Aan het einde van hun levensduur kunnen ze opnieuw worden ingezet, wat afval en verspilling van grondstoffen beperkt.
     
  • Cradle to Cradle: een duurzame ontwerpfilosofie, gericht op circulaire economie waarbij producten zo worden ontworpen dat alle materialen aan het einde van hun levensduur als waardevolle grondstoffen dienen, zonder afval, via technische of biologische cycli.
     
  • CSTB (Centre Scientifique et Technique du Bâtiment): een Franse organisatie die onderzoek doet, normen ontwikkelt en certificering biedt in de bouwsector.

- D -

  • DGNB: een Duits duurzaamheidscertificaat dat niet alleen milieu, maar ook economische en sociale aspecten beoordeelt. Het systeem kijkt sterk naar de volledige levenscyclus van een gebouw.

- E -

  • Embodied energy (ingebedde energie): verwijst naar de totale hoeveelheid energie die nodig is om een materiaal of product te produceren, te transporteren, te verwerken en uiteindelijk te verwijderen of recycleren. Het gaat dus niet om de energie die iets verbruikt tijdens het gebruik, maar om alle energie die “vooraf” in het product zit.
     
  • EPB: regels die bepalen hoe energiezuinig een gebouw moet zijn. Ze kijken onder andere naar isolatie, ventilatie en energieverbruik. Nieuwe gebouwen en renovaties moeten aan deze eisen voldoen.
      
  • EPD (Environmental Product Declaration): geeft inzicht in de volledige milieu-impact van een product gedurende zijn levenscyclus. EPB zijn regels die bepalen hoe energiezuinig een gebouw moet zijn. Ze kijken onder andere naar isolatie, ventilatie en energieverbruik. Nieuwe gebouwen en renovaties moeten aan deze eisen voldoen.
     
  • ETICS: een systeem om gevels langs buiten te isoleren met isolatieplaten en een afwerkingslaag. Het helpt warmteverlies te beperken en het energieverbruik van een gebouw te verlagen. Het wordt vaak toegepast bij renovaties.
     
  • EU Circular Economy Action Plan (CEAP): een Europees beleidsplan dat ervoor zorgt dat producten langer meegaan, minder afval produceren en efficiënter gebruikmaken van grondstoffen. Het richt zich op de volledige levenscyclus van producten en moet Europa helpen om duurzamer, competitiever en klimaatneutraal te worden tegen 2050.
     
  • EU Ecolabel: het officiële milieulabel van de EU dat garandeert dat een product duurzaam geproduceerd is en een lage milieu-impact heeft.

- F -

  • FDES (Fiche de Déclaration Environnementale et Sanitaire): een Franse milieuproductverklaring die de milieu- en gezondheidsimpact van bouwmaterialen over hun volledige levenscyclus beschrijft.
     
  • FSC (Forest Stewardship Council): certificaat dat garandeert dat hout en houtvezels afkomstig zijn uit verantwoord beheerde bossen.
     
  • Fytoremediatie: Een minder gekend maar bijzonder interessant voordeel van hennep is zijn vermogen om vervuilde bodems te helpen herstellen. Dankzij de sterke wortelstructuur en snelle groei kunnen hennepplanten bepaalde schadelijke stoffen uit de bodem opnemen. Deze techniek, ook wel fytoremediatie  genoemd, wordt gebruikt om landbouwgronden stap voor stap opnieuw gezonder en bruikbaarder te maken.

- G -

(European) Green Deal: een breed pakket aan beleidsinitiatieven van de Europese Commissie, met als hoofddoel om van Europa tegen 2050 het eerste klimaatneutrale continent ter wereld te maken. 
De Green Deal vertaalt zich in veel initiatieven, zoals:

  • Renovatiegolf van gebouwen (isolatie, energie-efficiëntie)
  • Strengere normen voor industrie en transport
  • Stimuleren van hernieuwbare energie (zon, wind)
  • Duurzame landbouw (Farm to Fork-strategie)
  • CO₂-heffingen en emissiehandel

- K -

  • Keymark: een Europees kwaliteitslabel dat aantoont dat een product onafhankelijk is getest en voldoet aan de Europese normen.
     
  • Karibati: gespecialiseerd label dat zich richt op bio-based bouwmaterialen en hun bijdrage aan CO₂-opslag en circulariteit. 

- L -

  • LCA (Life Cycle Assessment = levenscyclusanalyse): een methode om de milieu-impact van een product of materiaal te beoordelen gedurende zijn volledige levenscyclus. Dat gaat van grondstoffen en productie tot gebruik en afvalverwerking. Zo kan men beter inschatten welke keuzes duurzamer zijn.
     
  • LEED: een internationaal certificeringssysteem dat focust op energie-efficiëntie, watergebruik en duurzame materialen. Het wordt wereldwijd gebruikt en geeft ratings zoals Silver, Gold, Platinum.

- M -

  • MKI: drukt de milieu-impact van een materiaal of gebouw uit in een geldwaarde over de volledige levenscyclus. Hoe lager de MKI, hoe milieuvriendelijker het product of ontwerp.

- N -

  • Natuurlijk: materialen zoals houtvezel, hennep, vlas, schapenwol of leem zijn hernieuwbaar en onschadelijk voor de gezondheid. Ze zorgen voor een ademend en gezond binnenklimaat.
     
  • Natureplus: Europees keurmerk dat producten beoordeelt op milieu-impact, gezondheid en functionele kwaliteit.

- P -

  • PEFC (Programme for the Endorsement of Forest Certification): internationaal label dat duurzaam bosbeheer en traceerbaarheid van houtproducten waarborgt.

- T -

  • TOTEM: een Belgische tool die de milieu-impact van bouwmaterialen berekent over hun volledige levenscyclus. Ontwerpers kunnen zo materialen vergelijken en duurzamere keuzes maken. Het wordt vooral gebruikt tijdens het ontwerp van gebouwen.

- V -

  • VOC (Vluchtige Organische Stoffen): gassen die vrijkomen uit bepaalde materialen zoals verf, lijm of schoonmaakproducten. Deze stoffen kunnen de luchtkwaliteit binnenshuis beïnvloeden en soms schadelijk zijn voor de gezondheid. Daarom wordt in de bouw steeds meer aandacht besteed aan producten met een lage VOC-uitstoot.

- W -

  • WDVS (Wärmedämmverbundsystem): in het Nederlands = gevelisolatiesysteem met pleister of ETICS (External Thermal Insulation Composite System). Het is een systeem waarbij je isolatieplaten aan de buitenkant van een gevel bevestigt en die daarna afwerkt met pleister.
ISOBUILD circle icon

ISOBUILD GREENLINE sample box

De ISOBUILD GREENLINE sample box bundelt een selectie van bio-based en circulaire isolatiematerialen in één handige presentatiebox. Dankzij de stalen en technische documentatie kunnen bouwprofessionals en architecten de materialen ontdekken, vergelijken en ervaren.
Een praktische tool om alternatieve bouwoplossingen tastbaar te maken.

Contacteer ons!
Welke informatie wenst u?
Selecteer de locatie waarvoor u een vraag heeft: